Nov 302012
 

Zo gek als een deur, de deur op een kier zetten, (nooit meer) voor een gesloten deur staan, de deur staat altijd open, (niet langer) het gat van de deur gewezen worden, gekken en dwazen schrijven hun naam op deuren en glazen – ik associeerde er lustig op los toen een collega suggereerde om iets met een deur te doen in het logo van Poco Loco. Die deur kwam niet zomaar uit de lucht vallen: kijk maar naar het logo van de gemeente Leiden, de gemeente waar Poco Loco het licht zag.

Ondanks duidelijke afspraken is er drie maanden later nog geen logo te bekennen. Poco Loco is een succes, maar dat wil niet zeggen dat alles goed gaat. Juist bij twee afdelingen waar ik erg graag de presentatie wilde geven, trof ik een gesloten deur. Geen tijd, zei de één. Te druk, zei de ander. Wat twee goede redenen zijn om wèl naar ons verhaal te luisteren – zo langzamerhand kan het toch niemand meer ontgaan dat het juist de drukte van de huidige maatschappij is waardoor de meer kwetsbaren onder ons vastlopen. Kijk maar naar T., mijn Poco Loco-partner. Omgevallen. En dat kan zelfs de beste overkomen.

Het zijn maar tegenslagjes, die afwijzingen, maar wel tegenslagjes van het soort dat me met mijn eigen grenzen confronteert. Als alles vanzelf gaat, rol ik net zo makkelijk mee. Maar tref ik dichte deuren, dan weet ik het niet meer. Dan word ik onzeker, weet ik niet wat te doen, heb ik iemand nodig die me in mijn kladden grijpt en me weer op het goede spoor zet.

Gelukkig staat er in januari een gemeentelijke deur wagenwijd open voor Poco Loco. Een enthousiaste N. staat te trappelen van ongeduld om die presentatie samen met mij te doen en had bovendien een goed idee.

Maar nu nog een Poco Logo. Met of zonder deuren. Wie?

Dit is een blogpost over het WOT-woord van deze week: deur. Meer over wat WOT is en andere WOT-blogs vind je bij PixelPrinses.
 
Nov 162012
 

Mijn lagere school was een school die, zeker in die tijd, nogal afweek van wat normaal was. Geen keurige klassen maar groepen waarin alle leeftijden door elkaar zaten. Geen juf of meester voor de klas maar zelf je taken maken. Geen stille klas met hardwerkende kindertjes maar een kakofonie aan stemmen, muziekinstrumenten, tv-geluid, radio en het gekoer van duiven, want die hadden we daar ook. Het liefst trok ik me terug op de gang waar het rustig was, al voelde ik me dan wel alleen. Ik herinner me dat ik een keer met grote letters STILTE AUB!!!!! op een vel papier kalkte en dat voor in de klas hing. Zonder resultaat natuurlijk, behalve wat meewarige blikken. Van de meester, onder andere.

Stilte. Terwijl ik dit schrijf hoor ik buiten gillende kinderen op een schoolplein en ik hoor muziek – allebei op een toonhoogte die mijn oren niet prettig vinden. Binnen hoor ik Hond snurken, het geratel van de virusscanner op mijn laptop, mijn aanslagen op het toetsenbord. Er zijn dagen dat ik deze combinatie van geluiden als stilte zou ervaren. Vandaag niet. Vandaag is het teveel. Vandaag voel ik mijn trommelvliezen trillen – een vervelend gevoel. Vandaag vind ik deze stilte herrie.

Afgelopen week, af en toe helemaal alleen op mijn nieuwe kamer op werk, klonk het net zo stil als nu en vond ik dat vreselijk. Een week eerder, nog in mijn oude kamer, maakte het lawaai me onrustig. Verlangde ik naar een rustige kamer. Eenmaal op een rustige kamer, voel ik me regelmatig alleen.

Stilte. Een raar iets. Stilte kan maken dat ik omval en stilte kan noodzakelijk zijn om weer op te krabbelen. Stilte is niet altijd zonder geluid en geen geluid is niet per se stil.

Stilte zit bij mij tussen mijn oren. Sssstttt…

Dit is een blogpost over het WOT-woord van deze week: stil. WOT is een initiatief van Karin Ramaker. Zij stopt met het bedenken van WOT-woorden maar gelukkig neemt PixelPrinses het stokje over.
 
Sep 282012
 

Kwetsuur. Een ouderwets woord. Of misschien niet ouderwets maar – ja, maar wat? Pijn, wond: daar kan ik beter mee uit de voeten. En dat terwijl ik toch uit een familie kom met een hoop van dat soort rare woorden. Op de lagere school keken kinderen me weleens vreemd aan als ik die woorden gebruikte. Alsof ik uit een andere wereld kwam, dat gevoel gaf me dat.

Een autowrak noemden wij een ouwe klinker, bijvoorbeeld. Mijn broers speelden daar ook in, in van die verroeste wrakken langs de weg waar het glas van de ruiten in duizenden stukjes op de gescheurde bekleding van de stoelen lag. Toen dacht ik er niet over na, maar nu vraag ik me af of mijn ouders er nooit bij stilstonden dat er misschien mensen in die wrakken verongelukt waren. Staketsels, noemt mijn moeder allerlei soorten bouwsels, van flatgebouwen tot de dingen die mijn vader maakt met Meccano. Hoge houten bouwsteigers stelde ik me daar als kind bij voor en in mijn benen voelde ik hoe wankelig die zouden zijn. Mijn vader lag ooit eens op bed met een karbonkel en mocht absoluut niet gestoord worden. Doodsbang maakte het me: er moest wel iets heel verschrikkelijks aan de hand zijn. Zojuist heb ik pas ontdekt wat het is, een karbonkel. Een typisch woord voor mijn vader is bibelootje. Dingetje, betekent dat. Kwam ik pas jaren later achter. Op één of andere manier is het nooit in me opgekomen om het gewoon te vragen. Nog kijk ik er vreemd van op als ik ouders en kinderen met elkaar zie praten. Vrij normaal was het ook dat mijn ouders in het Frans dingen met elkaar uitwisselden. Maakte wel duidelijk wanneer je als kind teveel was.

Kwetsuur. Of zoals Karin blogde: kwets-uur. Uren waarin je gekwetst wordt.

Dit is een blogpost over het WOT-woord van deze week: kwetsuur. Weten wat de WOT is? Meer WOT-blogs lezen? Kijk op met-k.com.
  •  Friday 28 September 2012
  •  Posted by on Friday 28 September 2012
  •   1 Response
Sep 142012
 

“Wat zou ik moeten twitteren?” vragen mensen mij weleens als het medium ter sprake komt. Of: “Wat interesseert het anderen nou wat ik doe of denk?”

Tja, waarom zou je eigenlijk twitteren? Waarom die neiging, of behoefte, om anderen te vertellen waar je mee bezig bent? Als mensen mij die vragen stellen, weet ik het antwoord niet. Ik weet wel wat Twitter mij heeft opgeleverd – en dat is veel. Niet alleen een dagelijkse dosis informatie die me in allerlei opzichten goed van pas komt, maar ook contacten en samenwerkingen met mensen die anders nooit ontstaan zouden zijn. Maar inderdaad: waarom zou ik twitteren dat ik een schildpad zie bij het ontbijt? Of over zwerfhonden die naast me komen liggen? Over de lunch die ik at? Over de strandjes waar ik kwam en over regen die viel? Waarom doe ik dat?

K., die niet twittert, kan zich er aardig aan ergeren. “Je kunt die dingen toch ook tegen mij zeggen?” zegt ze dan. Ja, dat kan. En dat doe ik ook. Maar waarom belt zij met haar familie? “Vergelijk het daar maar mee”, bedacht ik laatst. Er is natuurlijk wel een verschil. Familie is geïnteresseerd in jouw belevenissen, gedachtespinsels, keuzes, beslissingen. Normaal gesproken dan. Wie zit er op mijn tweets te wachten?

Nou, dat werd wel duidelijk tijdens de vakantie in Turkije. Vrijwel geen dag ging voorbij zonder meegenietende reacties. Wat een verbondenheid ervaarde ik, al was het dan virtueel! Er zijn mensen die dit sociale armoede noemen. Maak je over mij geen zorgen: ik heb ook vrienden in real life – al durf ik dat nog altijd niet goed hardop uit te spreken.

Ik maak mensen blij met mijn tweets. Die mensen maken mij blij met hun reacties. Ik noem dat geluk.

Dit is een blogpost over het WOT-woord van deze week: geluk. Weten wat WOT is? Meer WOT-blogs lezen? Kijk hier!
  •  Friday 14 September 2012
  •  Posted by on Friday 14 September 2012
  •   5 Responses
Jul 132012
 

Een jaar of 5 was ik toen ik besloot om in m’n eentje op stap te gaan. Het was tijdens een vakantie in Frankrijk en ik vond het de hoogste tijd om te ontdekken wat er aan de andere kant van de horizon was. Ik begreep niets van de reactie van mijn ouders toen ze me vonden. Ik was gewoon lekker aan het lopen, wat was het probleem?
Het was mijn eerste lesje in me aanpassen en meedoen met wat hoort in plaats van eigengereid mijn eigen weg te gaan.

Jarenlang leek ik overal een uitzondering te zijn. Het enige kind in de kleuterklas van juf H. dat naar de lagere school ging. Het enige kind in de eerste klas van de lagere school dat na de zomervakantie naar een andere school ging. Het enige kind van de onderbouwgroep op de Jenaplanschool dat naar de bovenbouwgroep van meester K. ging. Het enige kind van de bovenbouwgroep van meester K. dat naar de middelbare school ging. Het enige kind in de brugklas dat helemaal niemand anders kende.
Toch was het niet die uitzonderingspositie waardoor ik voelde dat ik anders was dan andere kinderen. Wat het wel was kon ik toen niet benoemen. Tegenwoordig heb je daar van alles voor. Programma’s op scholen zoals Over de streep, bijvoorbeeld. Ik observeerde mijn klasgenootjes en vroeg me af hoe ik kon zijn zoals zij.

Het is van de laatste jaren dat ik ontdek dat ik niet meer zo anders ben dan anderen. Mijn emoties zijn alleen vaak wat heftiger. Ik zie sommige dingen scherper. En ik ben een laatbloeier, in meerdere opzichten. In vriendschappen bijvoorbeeld.

Vandaag ga ik met zo’n vriendin iets heel anders dan anders doen. Met S. ga ik een weekendje weg. Misschien is dat best gewoon. Maar voor best gewoon vind ik het behoorlijk spannend, anders.

Dit is een blogpost over het WOT-woord van deze week: anders. Weten wat de WOT is? Meer WOT-blogs lezen? Kijk hier!