Apr 172014
 
Foto: briefje dat in 'n gelukskoekje zat dat ik kreeg op het symposium van dinsdag j.l.

Foto: briefje dat in ‘n gelukskoekje zat dat ik kreeg op het symposium van dinsdag j.l.

Het blijft een vreemde gewaarwording om op een symposium sprekers te horen over ‘die mensen’ en ‘de doelgroep’: mensen met een psychische kwetsbaarheid.
Als willekeurige, ‘gezonde’ luisteraar zou je kunnen denken dat al die psychisch kwetsbare mensen in de Wajong of de WIA zitten, dat ze allemaal niet werken, dat ze allemaal moeilijk aan werk te helpen zijn, dat ze allemaal voortdurend volledig uit balans zijn en dat dit nooit verbetert, dat ze alleen maar eenvoudig werk aankunnen en dat ze speciaal gecreëerde banen nodig hebben. Ze? We. Ik!

Natuurlijk – er zijn mensen met een psychiatrische aandoening voor wie werken geen optie is. Mensen die inderdaad bijna voortdurend uit balans zijn. Of voor wie job carving de enige uitkomst is: dat het werk aan hen wordt aangepast, in plaats van dat zij zich aan het werk moeten aanpassen. Er zijn mensen met een stoornis die altijd veel begeleiding en hulp nodig hebben om te kunnen werken.

“Hé, kijk nou eens naar mij!” wilde ik afgelopen dinsdag  roepen naar de mensen op het podium tijdens een symposium over o.a. de Participatiewet. “En kijk nou eens om je heen, tel eens met mij mee: 1 op de 6 werknemers heeft een psychische aandoening – hoeveel zijn dat er in deze zaal? Toevallig werkte ik al toen ik zo depressief was dat ik arbeidsongeschikt werd, toevallig lukte het me net op tijd om weer te reïntegreren – dat ik dat geluk had is het belangrijkste verschil met ‘die mensen’ in ‘de doelgroep’.”

Die mensen, de doelgroep, ze, we, ik. Mensen met gewone ambities en met gewone vaardigheden – en soms zelfs met extra talenten. Niet perse mensen met gedoe. Gewoon mensen die een werkgever wensen die luistert en kijkt en meedenkt.

En wees eens eerlijk. Wie wil dat nou niet?

  •  Thursday 17 April 2014
  •  Posted by on Thursday 17 April 2014
  •   1 Response
Apr 142014
 
Bron afbeelding: www.pinterest.com/dodojo987/words/

Bron afbeelding: www.pinterest.com/dodojo987/words/

Drie jaar geleden fietste ik voor het laatst op maandagochtend naar de GGZ voor een groepssessie van de Rockchick & Co. Nog elke maandag, als ik linksaf sla op de rotonde om naar mijn werk te gaan, denk ik aan al die keren dat ik op datzelfde punt, maar een uur later, rechtsaf ging. Een uur later, een wereld van verschil: iedereen allang op werk, op school of in de collegezaal, de rotonde uitgestorven en overzichtelijk, niets van de drukte waarin ik nu op maandagochtend fiets.

Eén van de dingen die me aan de groepstherapie niet bevielen, was de kloof met de dagelijkse realiteit. Met wat ik in therapie leerde, kon ik in het echt niks. Bijvoorbeeld omdat je er niet op kunt rekenen dat de in de therapiegroep streng bewaakte omgangsnormen, in het normale leven ook worden nageleefd. Je weet wel, naar elkaar luisteren, respectvol met elkaar omgaan, tijd voor elkaar nemen, open zijn, benoemen welke effect het gedrag van je gesprekspartner op jou heeft – van die dingen.

Ik dacht altijd dat vooral een hele lange to-do-list me totale paniek kan bezorgen, maar het ligt ingewikkelder, zo werd me afgelopen week duidelijk.
Die boel werk waarin ik nog maar net mijn prioriteiten weet te bepalen is niet het grootste probleem. Dat geeft pas stress in combinatie met hoe anderen dan met mij omgaan – als dat op een manier gebeurt die ik ervaar alsof wat ik denk en voel niet terzake doet, en als het aangeven van mijn grenzen aan dovemansoren gericht lijkt. Dat maakt zoveel emoties los dat het me dagen kost om mezelf weer min of meer in balans te krijgen. Gevalletje jeugdtrauma’s, denk ik.

Mezelf weer in balans krijgen: daar had ik dit weekend mijn handen aan vol. Het kost wat meer moeite dan anders, maar toch geloof ik nog steeds dat werk beter voor me is dan therapie.

Kijk hier voor tips om psychisch in balans te blijven op werk.

Mar 312014
 

140331 Alles is bespreekbaar

“Nog even wat vragen over de cultuur”, zei de studente die me afgelopen donderdag interviewde voor haar afstudeeronderzoek over Yammer. De vragen die hieraan voorafgingen, gingen over Yammer zelf: of ik het in één keer snapte bijvoorbeeld. Wie Twitter en Facebook snapt, snapt Yammer ook gelijk, want het is net zoiets. Wel jammer dat het nut ervan maar door een beperkte groep wordt gezien. Dat omschrijft de studente anders. Early adapters, noemt ze die beperkte groep. Dat klinkt een stuk beter.

Maar goed, de cultuur. Of er onderwerpen zijn die niet besproken kunnen worden, die taboe zijn?
“Ehm…”, doe ik. Het eerste waaraan ik natuurlijk denk is of je er bij ons open over kunt zijn als je een psychische aandoening hebt. Zijn mensen anders tegen mij gaan doen sinds ik met Poco Loco langs de managementteams en andere bijeenkomsten trok? Is er überhaupt meer openheid gekomen daardoor? Sta ik nog net zo pontificaal op de barricades als pakweg een jaar geleden? Praat ik zelf altijd even makkelijk over mijn stoornis? Ik weet de antwoorden niet. Niet in het algemeen.

Ik weet alleen wat ik ervaar. En dat is dat ik het elke keer weer een ingewikkelde afweging vind om wel of niet iets te zeggen over mijn eigen situatie. Of om wel of niet te reageren als er vanuit onbekendheid en/of vooroordelen onjuiste aannames over psychische stoornissen worden geuit. Om zelfs maar te kunnen vaststellen of wat ik voel, denk en ervaar vanuit mijn ziekte voortkomt of gewoon vanuit wie ik ben, voor zover je dat onderscheid kunt maken, en of ik daarom beter niet of juist wel zal reageren op dingen, en hoe ik dan zal reageren – zoals op een vraag over taboes.

„Ehm”, doe ik weer. En dan besluit ik dat alles bespreekbaar is bij mij op werk. Omdat ik hoop dat het zo is.

Mar 182014
 

140318 Het toonbeeld van overzicht en structuur

Doodongelukkig voelde ik me in de timemanagement-training de ik ooit volgde. Ik hoopte dat de training me overzicht en structuur zou brengen. Wat ik leerde was hoe ik mijn mailbox moest inrichten: volgens een strak regime waarvan afwijken geen optie was.
Ik had dan ook helemaal geen last van mijn mailbox, maar van mijn hoofd. Want waar ik al die gedachten, associaties, zijwegen, kronkels, twijfels, overwegingen, vragen en brainwaves kon laten, daarvan had ik na de training nog altijd geen idee.
Mindmappen zou me daar wel eens bij goed bij kunnen helpen, gaf iemand me als suggestie.

Op de middelbare school had ik al moeite met het in mijn hoofd stampen van de Duitse naamvallen, onthield ik de vervoegingen van Franse werkwoorden veel beter als ik ze in een zin las en leerde ik Engels door zelf songteksten te vertalen.

Lijstjes, opsommingen, rechttoe-rechtaan: ik heb er niks mee. Het helpt me niet om iets te onthouden en het helpt me zeker niet om zaken te ordenen. Het ene woord roept het andere op en als dat woord nou net niet in dat lijstje thuishoort valt – wat dan?

Dus maakte ik een vreugdedansje toen mijn werk een workshop Mindmapping organiseerde. Was ik zeer teleurgesteld toen ik net te laat was met inschrijven. En sprong ik een gat in de lucht toen ik afgelopen donderdag hoorde dat ik gisteren toch nog kon meedoen.

En nog maar twee oefen-mindmaps verder blijk ik de chaotische brij in mijn hoofd met wat kleurtjes, lijntjes en tekeningetjes te kunnen ontrafelen. Het is nu al een enorme opluchting.

Mar 062014
 

140306 Nee MariekeAl een poos vroeg ik me af waarom ik de laatste anderhalf, twee jaar nou juist op werk zo tegen mijn psychische kwetsbaarheid oploop. Waarom steeds die verwarring, die hevige emoties, die diepe dalen, juist op werk? Werk was toch de plek waar ik me vooral gezond en waardevol voelde? Waar mijn hoofd veel nuttigere dingen deed dan steeds maar weer ontsporen?

Ja. Allemaal waar. Nog altijd.

Maar waarom moet ik dan toch zoveel energie stoppen in het mezelf voortdurend tot de orde roepen? Waarom is het nodig dat ik steeds tegen mezelf moet zeggen: nee Marieke, niet op dat spoor verder gaan, sla een ander pad in!

Wat dat betreft leerde ik toch iets van het boek Patronen doorbreken.
Totaal onterecht, maar maak dat mijn emoties maar eens wijs, herken ik op werk patronen van vroeger. Dat komt niet door mijn werk. Of door werk in het algemeen. Dat komt omdat werk iets is in een groep. Een systeem.
Zoals een gezin – het systeem dat angstige posttraumatische borderline-patronen in mijn hersenen kerfde. De patronen die zeggen dat een systeem waar ik bij hoor, me zal kwetsen, me onzichtbaar zal maken, verlaten. Omdat ik er eigenlijk helemaal niet bij hoor.

Maar waarom heb ik daar op werk dan pas de laatste tijd last van?
Omdat ik pas de laatste 2 jaar mijn kwetsbaarheid niet langer verberg. Waardoor ik zichtbaar ben en een plek inneem.

En bij nader inzien komt het toch door mijn werk, die verwarring, die hevige emoties, die diepe dalen. Omdat ik daar ervaar, intensief, want dag in, dag uit, dat ik er echt wel bij hoor. Bij mijn werk hoor ik, bij de wereld, bij het leven.

En zodra ik dat besef, word ik dus bang. Nee Marieke, ander spoor!