May 062013
 

130506 Gewoon zoals dat nou eenmaal gaat

Van sommige dingen heeft bijna iedereen wel eens last. Daar hoeft geen DSM IV of V aan te pas te komen om vast te stellen dat het heel normaal is. Dat het gewoon is zoals dat nou eenmaal gaat.

Zoals wanneer je bijna op vakantie gaat en nog anderhalve dag moet werken. Dat je de zin dan uit je tenen moet sleuren. Dat je ineens helemaal niet meer geneigd bent in je vrije tijd even je werkmail te checken. Laat staan dat je jezelf kunt motiveren om in het weekend iets te doen voor een project. Zelfs niet als dat project Poco Loco heet. Dat je voor jou doen in het weekend zelfs opmerkelijk lui wordt, dat de schwung er wel zo’n beetje uit is, voor zover die erin zat. En dat je op werkdagen bijna je bed niet kunt uitkomen. Dat het vrijwel onoverkomelijk lijkt, de uren die je nog op werk moet doorbrengen. Dat er nog maar één ding echt belangrijk is, waar je reikhalzend naar uitkijkt, waarvoor je staat te trappelen van ongeduld. Vakantie. VAKANTIE! Heel normaal, allemaal.

Het enige wat misschien een beetje gek is, is dat ik mezelf eraan moet herinneren dat het heel normaal is, het geen zin meer hebben, het mezelf zo hard moeten motiveren om nog heel eventjes door te gaan – dat dit geen depressiviteit is, geen borderline, geen stoornis whatsoever, maar gewoon gezonde vermoeidheid en gezonde zin om uit de sleur te stappen.

Vandaag nog een halve dag, morgen een hele dag werken. Het lijkt me zo onmogelijk om daarvoor nog de energie op te brengen dat ik er bijna van moet huilen. Maar huilen ga ik niet doen. Powerheels aan en gaan – nog heel even maar.

Apr 182013
 

130418 Problemen Ik heb geen problemen

Een terugblik op intranet op de Lunch & Learnbijeenkomst: mijn hart maakt een flinke sprong als ik een kort verslag ontdek over de bijeenkomst van Poco Loco. Aan één van de aanwezigen is gevraagd wat ze mee terugneemt naar haar werk.

“Het werd me duidelijk hoe snel je vooroordelen hebt. Ik vond het ook best heftig om te horen dat 1 op de 4 volwassenen ooit met een psychische stoornis te maken krijgt. Verder was het voor mij een eyeopener dat schizofrenie een chronische ziekte is en dat sommige psychische aandoeningen echt blijvend kunnen zijn. Er zijn dus personen die altijd een belemmering hebben en waar problemen nooit helemaal opgelost zullen zijn. In mijn werk is dit een lastig punt, vind ik. Hoe kun je iemand uit deze doelgroep motiveren om zelf in actie te komen en meer gebruik te maken van het sociaal netwerk? Hoe kun je het beste afspraken maken en grenzen stellen? Wat kan deze persoon wel en hoe kun je iemands mogelijkheden nog beter benutten?”

Mooi, dat Poco Loco heeft bereikt dat deze collega flink aan het denken is gezet. Missie tot zover geslaagd.

Maar ik verbaas me ook. Problemen? Ik heb geen problemen. Wel heb ik een psychische kwetsbaarheid waarvan ik op dit moment veel te veel, en op andere momenten nauwelijks last heb. Motiveren om in actie te komen? Lieten T. en ik niet in levende lijve zien dat wij actief zijn, dat we weten wat we kunnen en dat we onze mogelijkheden benutten? Afspraken maken en grenzen stellen? Moet dat met mij op een andere manier dan met willekeurig wie?

Niet alleen de collega is flink aan het denken gezet. Ik ook. Is het gat tussen het beeld dat mensen hebben van personen met een psychische stoornis en de werkelijkheid zó groot?

Jaren geleden zag ik de documentaire How Mad Are You over 10 vrijwilligers die met elkaar op een landgoed verbleven, samen met een aantal psychiaters. Vijf van de vrijwilligers hebben een psychische aandoening, de andere vijf niet. De psychiaters moeten erachter komen wie degenen zijn met de psychische aandoening. Ik schreef er destijds een blogpost over.

Apr 152013
 

130415 Prima ras hoor geen ziektes

“Ik ben nóóit ziek!” pochte ik toen mijn leidinggevende mij vorige week overdroeg aan een andere leidinggevende.

Correctie: eigenlijk ben ik natuurlijk altijd ziek, met zo’n psychische aandoening. Alleen meld ik me niet ziek. Omdat er tussen een aandoening hebben en ziek zijn toch nog een wereld van verschil zit.

Ik meld me dan wel nooit ziek, maar op dit moment heb ik wel alweer de vijfde stevige verkoudheid van dit jaar te pakken – het kan ook de vierde of de zesde zijn. Komt door stress, aldus het programma Labyrint steeds noemde. Doordat ik altijd een hoge mate van spanning ervaar, is mijn immuunsysteem aangetast. En dus ben ik vatbaar voor verkoudheden. Dit jaar blijkbaar meer dan anders – ik kan daar wel een aantal verklaringen voor bedenken. Ik snap nu waarom ik voortdurend wondjes heb die niet weggaan of even hard weer terugkomen: Labyrint legt het allemaal uit.

Ik snap nu ook eindelijk waar het frequent, kort verzuim vandaan komt dat kan wijzen op psychische klachten, zoals we noemen in de Poco Loco-presentatie. Níet omdat je allerlei vage ziektes verzint om maar niet te hoeven zeggen dat je met je hoofd onder je dekbed duikt vanwege een stemming ver onder de nullijn. Maar omdat je echt veel vaker allerlei kwaaltjes hebt.

Gisteren lag ik met mijn vierde, vijfde of zesde verkoudheid als een vaatdoekje op de bank. Ik wist vrij zeker dat ik me vandaag dan toch een keer zou moeten ziek melden. Dat ik toch naar mijn werk ging vanochtend, is omdat ik van thuis blijven niet beterder wordt dan wanneer ik tussen mijn collega’s ben. Integendeel.

Ik ben veel te bang dat ik juist door thuis te blijven met mijn hoofd onder dat dekbed duik.

De afbeelding komt uit de Plint-app.

Apr 112013
 

130410 Vooral moeilijk in de omgang met mezelf

“Ik vind dat je heel goed weergaf wat borderline nou is”, spreekt de baas mij aan, “en dat is een heel ander beeld dan wat ik in mijn vorige werk in een cursus leerde.”
“Oja?” Ik spits mijn oren. Over de cursus die de baas noemt heb ik al vaker gehoord. Erger nog: een aantal vooroordelen die we noemden in de Poco Loco-presentatie van afgelopen dinsdag schijnen hun oorsprong in die cursus te vinden. Al weken probeer ik bijbehorend boekje bij een collega los te peuteren, maar hij kan het nergens vinden. “Wat leerde je daar dan?”
“Dat borderliners voortdurend aan het manipuleren zijn”, zegt de baas, “en dat ze daar nog voldoening uit halen ook. Dus toen jij mij vertelde dat je borderline hebt, kon ik dat niet plaatsen.”

Borderline zit van binnen, vertel ik niet voor niets in de presentatie. Soms uit het zich in irritant gedrag – maar hé, daarvoor is nou precies therapie en medicatie uitgevonden. “Voor zover ik moeilijk in de omgang ben, ben ik vooral moeilijk in de omgang met mezelf”, hield ik dinsdag het publiek voor. “Ik ben ook slim en sociaal genoeg ben om te snappen hoever ik kan gaan”, voeg ik daar nog aan toe in het gesprek met de baas.

“En ik heb natuurlijk ook veel te goed geleerd om me aan te passen”, zeg ik tegen K. als ik over dit gesprekje vertel. “Want ik herken wel die neiging tot manipuleren. Of in een week als deze, met zoveel heftige emoties – om daarmee om te gaan, heb ik eigenlijk behoefte om in mezelf te krassen. Maar ik heb zó geleerd om mezelf in te houden, om níet mezelf te zijn: voor de verandering is dat ook ‘ns een keer een voordeel.” 

Zie ook mijn blogpost over het boek Borderline van binnenuit door Anne Oude Egberink, Francis Wijnhoud & Viola van Rijnsoever, uitgeverij de Graaff, 2012.
 
Apr 102013
 

130410 Een bosje bloemen

“Marieke…”, begint mijn collega, geeft me drie dikke zoenen op mijn wangen en dan zie ik dat er een traan over haar wang rolt. “Marieke…”, zegt ze weer en drukt me stevig tegen zich aan.
Jee, denk ik, terwijl ik haar in verlegenheid gebracht wat op haar rug klop, wat heb ik met de Poco Loco-presentatie bij haar geraakt dat deze reactie veroorzaakt? Dat het zo stil is dat je het knarsen hoort van de hersenen die gereset worden – dat was niet voor het eerst. Het verbijsterde gemompel als we toehoorders confronteren met het gegeven dat 1 op de 4 volwassenen een psychische stoornis heeft of krijgt: bekend. Nieuw is een collega die huilt na afloop.
“Jee”, zeg ik terwijl ik me voorzichtig uit de omhelzing losmaak, “wat is dit nou?”
Een snik, een zucht, een vraag: “Marieke, was ik één van die collega’s die geen kaartje stuurde?”

Wist je dat van alle mensen die door een psychische aandoening verzuimen, slechts een kwart een beterschapskaartje krijgt van collega’s, vrienden, familie? Dat is gebleken uit een onderzoek in Engeland. De reden? Mensen denken dat zo’n kaartje niet op prijs wordt gesteld. Of ze weten niet wat ze erop moeten zetten.

En zo kreeg ik in de bijna 2 jaar dat ik volledig uit de running was vanwege de dagbehandeling in het gekkenhuis, welgeteld één keer een bosje bloemen. De collega die het op eigen initiatief kwam brengen wilde absoluut niet binnenkomen: “nee, nee, ik laat je maar liever met rust.” Ik had op dat moment al weken niemand anders gezien dan K., Hond en de andere patiënten in de dagbehandeling. Ik snakte naar contact met een gewoon iemand.

Even twijfel ik voordat ik mijn collega antwoord geef. Ja, vertel ik haar dan. Je was één van hen. Ik neem haar niks kwalijk. Ze was er nu.

Via Time to Change, de Engelse antistigma-campagne, kun je een e-card sturen naar iemand die je kent met een psychische aandoening. Doe het vandaag nog!
 
De foto bij deze blogpost is gemaakt door Cobi van Vugt. Leuk dat ze bij deze presentatie aanwezig kon zijn!