Apr 192014
 
Bron foto: http://magazine.bsbtheatre.com/get-lit-series-october-4th-gabriel-garcia-marquez/

Bron foto: http://magazine.bsbtheatre.com/get-lit-series-october-4th-gabriel-garcia-marquez/

“It’s not true that people stop pursuing dreams because they grow old; they grow old because they stop pursuing dreams”, retweette ik gisterochtend een citaat van Gabriel García Marquez. Hij overleed deze week op 87-jarige leeftijd.

“Heb je eigenlijk weleens iets van hem gelezen?” vraagt K. ‘s avonds.
“Ik weet het niet zeker”, aarzel ik. En toch is het boek waar García Marquez vooral wereldberoemd om is, een soort icoon van mijn jeugd. Net als het boek ‘Zazie dans la metro’ van Raymond Queneau.
De boekenkast met de dofbruin geverfde planken domineerde de woonkamer en er is geen beginnen aan om uit te rekenen hoeveel uren ik ernaar heb zitten staren.

Nooit leek er een boek bij te komen, nooit verliet een boek z’n vaste plek.
‘Zazie dans le metro’ stond ergens links onderin het middelste deel van de kast. Dans le metro: die woorden snapte ik zodra ik kon lezen wel, maar wat is zazie? Ik vroeg het aan mijn vader.
“Zazie is een naam”, zei hij, “de naam van een meisje.”
Daar geloofde ik niks van. Zazie, wat is dat voor ‘n naam! Maar in gedachten zag ik wel het meisje Zazie met de roltrap een metrostation in gaan.

‘Honderd jaar eenzaamheid’ stond ook in het middendeel, en min of meer in het midden, op ongeveer de derde plank van onderen. Bij de titel zag ik een onbewoond eiland voor me, maar meer nog dan het beeld dat ik zag, voelde ik de eenzaamheid. Ik geloofde dat dat boek, die titel, daar stond als een soort ondertiteling bij ons gezin dat bestond uit vijf eenzame individuen.

“Ik las Kroniek van een aangekondigde dood”, zeg ik na wat gepeins. “Dat is niet dik; ik las het tijdens een avondje babysitten.”
Heel volwassen voelde ik me toen. Nu droom ik meer.

Apr 182014
 

140418 Een reis in de tijd

Eén vraag is me bijgebleven, geef ik desgevraagd antwoord op een mailtje van Mensen Met Mogelijkheden. Ik werd in december voor dit project geïnterviewd en ze maken nu de balans op. Eén vraag herinner ik me: hoe ik mijn toekomst voor me zie.

Vooraf had de interviewer nog gevraagd of er misschien onderwerpen te confronterend konden zijn. Neuh, had ik gezegd.

Ik wist wel dat ik nooit veel verder denk dan een week of wat vooruit, maar liever stond ik er nooit bij stil waarom ik niet verder denk. Want op deze manier oud worden? Met al die stemmingswisselingen, altijd weer dat gevecht met mezelf, iedere keer dat vallen, opkrabbelen en opnieuw beginnen, met steeds die angst er niet bij te horen, die periodes van depressies en eenzaamheid – ik zie daar niet naar uit en ik denk er maar liever niet aan. Laat staan dat ik het ooit uitsprak en ik weet niet meer of ik dat deed in het interview. Maar ik dacht het wel en met moeite knipperde ik wat tranen weg. Sindsdien bleef ik er vaker bij stilstaan dan me lief was.

Gisteren werd het opruimen van de zolder een reis terug in de tijd.
Tientallen dagboeken die ik voor de zekerheid niet inkeek, stapels kindertekeningen van brandende huizen, talloze brieven en kaarten van kwijtgeraakte vriendinnen maar ook van mensen die nu nog of nu weer in mijn leven zijn, vakantieplakboeken en foto’s, heel veel foto’s. Mijn leven bewaard in dozen, mappen en tassen: een leven vol stemmingswisselingen, vallen, opstaan en opnieuw beginnen, angst er niet bij te horen, periodes van depressies en eenzaamheid.
Maar ook met lieve brieven en kaartjes, vrolijke foto’s en mooie vakantieherinneringen. Alles even dierbaar, hoe pijnlijk soms ook – ik gooide er niks van weg.

De reis in de tijd maakte mijn hoofd leger, mijn hart lichter. En de toekomst – ach, de toekomst*.

Zie ook Een interview en een Luikse wafel en De verboden vraag.

*Maar vraag er toch maar niet naar.

Apr 162014
 

140416 Ga je nog wat leuks doen

“Ga je nog wat leuks doen?” vraagt S. als ik mijn vrije dagen meld.
“Ehm…” zeg ik. Ik kan moeilijk zeggen dat ik níet iets leuks ga doen, maar ‘iets gaan doen’ klinkt als op stap gaan – en op stap ga ik niet. Tot en met maandag ben ik gewoon vrij, en K. ook, en bijna de hele tijd thuis.
“We gaan het huis opruimen”, antwoord ik.
“Al die dagen? Is het zo nodig?” vraagt S. In gedachten zie ik voor me hoe zij voor zich ziet dat mijn hele huis volgestouwd is met rommel. Zo’n huis waar er speciale mensen aan te pas moeten komen om het weer leefbaar te krijgen.

“Nou nee, zo erg is het niet hoor”, lach ik een beetje. En ik denk aan het volgepropte kamertje waarin je geen stap meer kunt zetten. Dat kamertje was mijn kamer, totdat ik er last van kreeg dat ik er ook in opgeruimde staat m’n kont niet kon keren. We lieten het atelier van K., bestaande uit 2 samengetrokken kamers, weer ombouwen naar 2 aparte kamers en namen een week vrij om de boel te schilderen. Met het idee het later die week op te ruimen, propten we alle spullen die niet meer in K.’s verkleinde atelier pasten, in het kleine kamertje.

Erg goed ging het niet met me in die tijd. Met het wegvallen van de structuur van werk, werd dat in alle hevigheid voelbaar. Het enige waaraan ik kon denken was doodgaan.
Het schilderen kwam af. Het opruimen niet. Dat gaan we deze week eindelijk doen.

Erg goed gaat het al een poosje niet met mij. “Ik ga verder vooral veel slapen”, vul ik snel mijn antwoord aan. “Even afstand nemen. Uitrusten en bijtanken.”

Maar een beetje bezorgd over het effect van het ontbreken van de structuur van werk, ben ik wel.

Eén van mijn blogs uit de vorige klus- en opruimvakantie: Wordt vervolgd.

Apr 142014
 
Bron afbeelding: www.pinterest.com/dodojo987/words/

Bron afbeelding: www.pinterest.com/dodojo987/words/

Drie jaar geleden fietste ik voor het laatst op maandagochtend naar de GGZ voor een groepssessie van de Rockchick & Co. Nog elke maandag, als ik linksaf sla op de rotonde om naar mijn werk te gaan, denk ik aan al die keren dat ik op datzelfde punt, maar een uur later, rechtsaf ging. Een uur later, een wereld van verschil: iedereen allang op werk, op school of in de collegezaal, de rotonde uitgestorven en overzichtelijk, niets van de drukte waarin ik nu op maandagochtend fiets.

Eén van de dingen die me aan de groepstherapie niet bevielen, was de kloof met de dagelijkse realiteit. Met wat ik in therapie leerde, kon ik in het echt niks. Bijvoorbeeld omdat je er niet op kunt rekenen dat de in de therapiegroep streng bewaakte omgangsnormen, in het normale leven ook worden nageleefd. Je weet wel, naar elkaar luisteren, respectvol met elkaar omgaan, tijd voor elkaar nemen, open zijn, benoemen welke effect het gedrag van je gesprekspartner op jou heeft – van die dingen.

Ik dacht altijd dat vooral een hele lange to-do-list me totale paniek kan bezorgen, maar het ligt ingewikkelder, zo werd me afgelopen week duidelijk.
Die boel werk waarin ik nog maar net mijn prioriteiten weet te bepalen is niet het grootste probleem. Dat geeft pas stress in combinatie met hoe anderen dan met mij omgaan – als dat op een manier gebeurt die ik ervaar alsof wat ik denk en voel niet terzake doet, en als het aangeven van mijn grenzen aan dovemansoren gericht lijkt. Dat maakt zoveel emoties los dat het me dagen kost om mezelf weer min of meer in balans te krijgen. Gevalletje jeugdtrauma’s, denk ik.

Mezelf weer in balans krijgen: daar had ik dit weekend mijn handen aan vol. Het kost wat meer moeite dan anders, maar toch geloof ik nog steeds dat werk beter voor me is dan therapie.

Kijk hier voor tips om psychisch in balans te blijven op werk.

Apr 122014
 

140412 Iets met emoties

Stapje voor stapje. Met die woorden wilde ik m’n blogpost van afgelopen dinsdag eindigen. Ik koos ervoor die woorden niet toe te voegen en dus was de laatste zin: “Maar ik heb geen idee hoe ik dat nou in de praktijk aanpak.”
Via Twitter kreeg ik een reactie: ”Stapje voor stapje.” Grappig. Heb ik toch die gedachte opgeroepen.

Stapje voor stapje. Het klinkt zo logisch, en zo haalbaar ook. En toch mislukt het telkens.

Zelfs met hardlopen, toch typisch iets dat je stapje voor stapje doet, wil het niet helemaal lukken. Ik loop harder dan ik kan volhouden, ik struikel over mijn eigen voeten en als ik met K. loop, loop ik al snel zonder K. omdat ik weer vooruit gestoven ben.

K., de nuchtere, de relaxte, de relativerende, de gematigde, de evenwichtige, de verstandige – niet dat ik die eigenschappen allemaal niet in me heb, maar ehm… iets met emoties die met me op de loop gaan?

Met hardlopen probeerde ik K. steeds zo ver te krijgen net een stapje meer te doen om toch gelijk op te blijven gaan. Het lukte niet. Daar kon ik over gaan mokken (en dat deed ik ook, stiekem, een poosje) maar ik kon ook iets anders doen: zelf een stapje minder zetten. Probeerde ik in de pas te lopen met K. Met als beloning het eenstemmig roffelende geluid van onze schoenen op het wegdek. En toch ren ik elke keer K. weer voorbij. Dat is met hardlopen geen drama.

Ik ga te snel, ik ben te ongeduldig, ik wil alles in één keer kunnen, ik vind het maar niks dat veel dingen niet met een reuzensprong te regelen zijn. Maar vooral, hoe langzaam of hard ik ook ga: ik word altijd ingehaald en pootje gelicht door mijn emoties.

Het goede nieuws is dat het daardoor vaak wel weer lekker hardlopen is… ;-)

Een emotieregulatiestoornis. Dat is wat borderline eigenlijk is. Zie Wikipedia
“In de ICD-10 (F60.3) wordt de emotioneel instabiele persoonlijkheidsstoornis vermeld die in twee typen is ingedeeld:
• Impulsief type (F60.30) – emotionele instabiliteit, slechte impulsbeheersing, emotionele uitbarstingen.
• Borderlinetype (F60.31) – emotionele instabiliteit, negatief zelfbeeld, gevoelens van leegte, instabiele relaties, verlatingsangst, zelfdestructief gedrag.”