Apr 102014
 
Foto: dezelfde boot, dezelfde sloot, jaar of 5 later

Foto: dezelfde boot, dezelfde sloot, jaar of 5 later

Vroeger hadden we een roeiboot die niet kon omslaan, maar dat toch deed toen ik met de tweeling van een paar huizen verderop een stukje ging roeien in de sloot vlakbij huis.

Zo zat ik nog in de boot, zo lag ik in de sloot, onder water en onder de boot.

Ik herinner me dat het me verbaasde dat het onder water niet donker was: het leek of de zon ook daar gewoon scheen. Ook herinner ik me dat ik verbaasd was dat er onder water zoveel te zien was: ik zag planten die traag heen en weer wuifden. De sloot was niet diep, zag ik, en dat verbaasde me niet, want dat wist ik al. Eindeloos leek het, dat ik in de sloot om me heen lag te kijken. Benauwd was het onder de boot, maar ik voelde me rustig – hoewel ik dacht dat ik dood ging.

Toen werd de boot opgetild en vreemde mensen trokken me uit het water.
Verdwaasd stak ik de straat over, naar mijn ouders die, zich nergens van bewust, nog geen 20 meter verderop in de tuin zaten te lezen. Ik herinner me niet dat zij verbaasd reageerden dat ik druipend nat thuis kwam. Ik ging naar mijn kamer, kleedde me om en zocht de tweeling weer op.

“Heeft je moeder je wel laten douchen?” vroeg de tweeling. De vraag verbaasde me. Douchen? Dat deden wij niet zomaar.
“Maar er zitten allemaal bacteriën in de sloot”, schrokken ze. “Levensgevaarlijk!”

Pas toen werd ik bang. Dus ik was niet verdronken en nu zou het toch nog mis kunnen gaan?

Alsof ik dit opnieuw beleefde, zo voelde ik me deze week. Ik sloeg om, ging kopje onder, dacht niet meer boven te kunnen komen en kwam dat toch – maar gerust ben ik er niet op.

Apr 052014
 

140405 Een muis in de tuin

“Huu… een muis in de tuin!” huivert K.
Nieuwsgierig kijk ik naar buiten. Inderdaad scharrelt er een muisje tussen de planten. Schattig.
“Komt vast bij de buurman vandaan”, veronderstel ik. Want bij de buurman zijn kluslieden de afgelopen week aan het graven geweest voor een nieuwe riolering. Nu is het beestje vast zijn holletje kwijt. Ik vind het sneu voor het muisje, K. vindt het verontrustend dat de muis misschien wel in ons huis wil komen wonen.

Muizen in huis zijn inderdaad iets minder leuk. In ons vorige huis hadden we er een poosje vrij veel last van. Door de buren, dacht ik toen ook. Hoogbejaarde mensen met dikke Perzische kleedjes en verminderde hygiene. Een kruimeltjeswalhalla voor muizen en met alle kieren en gaten in onze oude huizen was de overstap naar onze keuken een fluitje van een cent. Ze waren zo volgevreten en sloom dat ik ze in een lege jampot kon vangen en buiten zetten.

Ik heb wel vaker last van muizen. Binnen, langs de plinten zie ik ze soms ineens, in een flits, vanuit mijn ooghoeken rondscharrelen.
Niet echt, blijkt altijd als ik goed kijk. Als ik dan ook even goed denk, weet ik dat die muizen een voorbode zijn van dissociaties. Ik zie ze alleen als mijn stemming belabberd is of als ik veel te gespannen ben in combinatie met grote vermoeidheid. Kwestie van met mijn ogen knipperen om ze weg te jagen en vervolgens de waarschuwing heel serieus nemen: pas op de plaats, rust, stroopwafels. Anders worden de muizen konijnen met brillen en weet ik niet meer wie ik ben.

“Gelukkig hebben we Hond”, stelt K. ons gerust terwijl het muisje met gespitste oortjes zijn weg tussen de planten zoekt.
Ik herinner haar er maar niet aan dat we in ons vorige huis Hond ook al hadden.

Apr 042014
 

6.30u. Wekker. Asjeblieft, laat me met rust. Stemming zwaar in de min: vandaag wil ik niet. Toch sleep ik me m’n bed uit. Wie weet vind ik gedurende de dag wat plusjes.
7.05u. Pillen-alarm. Hap, slok, slik, weg. “Hoe voel je je vandaag?”, vraagt de pillen-alarm-app. Zeer slecht, antwoord ik.

140404 1

7.45u. Ommetje met Hond. Ik trek m’n lente-groene leren jasje aan bij wijze van mood-boost. En omdat het qua temperatuur kan. Ik vind een hartje in m’n zak. Glimlachachtige beweging met één mondhoek.
8.14u. Naar werk. Ik wil niet, ik kan niet, ik durf niet, het gaat niet. Maar ik ga toch. Yes I can. En omdat niet gaan de put in elk geval niet minder diep maakt.

140404 2

9.49u. Gekletst met collega’s, een foto gemaakt van graszaaiende plantsoenendienstmedewerker, concentratie van niks maar wel eindelijk mijn eerste lach, terwijl ik me evengoed nog ellendig voel.
12:17u. Geen idee hoe ik mezelf over 3 kwartier naar het station moet slepen voor een werkbezoek in Delft.
14:35u. Alsof er minuten stilte zit tussen wat de anderen zeggen en mijn reacties, zo voelt het tijdens het werkbezoek. Error establishing a database connection zou het heten als ik een computer was. Maar niemand kijkt me raar aan, dus kennelijk doe ik gewoon.

140404 3

16:30u. Vroeg thuis, ommetje met Hond, de dag overdenken. Een dag in een diepe put vanwege tranen op werk de dag ervoor, toen alles me teveel werd. Tranen van frustratie omdat ik door veel werk veel te snel het overzicht verlies en veel te erg in paniek raak.
Blijkbaar kan ik met mijn kwetsbaarheid op werk dan toch niet functioneren, concludeerde ik. Maar wat kan ik dan wel? Wanhoop.
Vandaag gepeild bij collega’s: ook zonder stoornis is de berg werk moeilijk te overzien. Dat valt dan weer mee.
Wat niet meevalt is dat met stoornis het gebrek aan overzicht zo totaal ontwrichtend is.

140404 4

17:05u. Zon in de tuin. Koffie met melk. Mood-boosts. Hoop ik.
22:04u. Bedtijd. Gelukkig. Slapen en opnieuw beginnen.

Mar 292014
 
Bron foto: www.medium.com

Bron foto: www.medium.com

Terwijl ik denk aan The Manor, een documentaire die ik gisteravond zag over een dysfunctionele familie, denk ik aan de voorbereiding van de workshop die ik op 22 april aan de ambassadeurs van Samen Sterk tegen Stigma geef en lees ik via Facebook een artikel van een nieuwslezer over zijn psychische aandoening en stigma, terwijl ik denk: het zal wel weer zo’n typisch-op-z’n-Amerikaans lang artikel zijn.

En ja, het is een lang artikel. En Amerikaans. En de moeite waard. En de veroorzaker van nog een gedachtespoor in mijn hoofd.

“How did you ever end up in this line of work, then?” vraagt de therapeut aan de nieuwslezer, die voortdurend het oordeel van anderen vreest: “My face, my hair, my clothes, my teeth, the words I used, the questions I asked—nothing was good enough, and all deserved withering abuse. I didn’t know how to stop, but I had a decent toolbox filled with unhealthy ways of catching my breath.”

The Manor is in veel opzichten erg herkenbaar. “Maar het verschil is dat deze mensen nog met elkaar praten”, zei ik na afloop tegen K., “er is een vorm van contact.”

Hoe heb ik het, afkomstig uit een familie waarin niet werd gepraat, voor elkaar gekregen om in de communicatiehoek terecht te komen? Hoe kan het zijn dat ik, terwijl ik na praktisch elk woord wat ik zei werd uitgescholden of uitgelachen, zo hou van taal? Wat bezielt me, me jarenlang verschuilend onder de kapstok of mijn bed en me onzichtbaar wanend, om met rode vlekken en al workshops te geven?

“I did not have an answer—still don’t”, schrijft de nieuwslezer als antwoord op de vraag van zijn therapeut. En ik snap mij in dit opzicht ook totaal niet. Waarom flirt ik met mijn angst?

Ik kan maar één antwoord bedenken. Ik word er beter van.

Lees hier het artikel Screw stigma. I’m coming out.
The Manor kun je nog tot 1 april 2014 terugkijken.

Mar 282014
 

140328 Eager to please

Of ik geïnterviewd wil worden over het gebruik van Yammer, werd me onlangs gevraagd en nadat ik in m’n agenda had gecheckt of ik kon, zei ik ja. Wat ontbreekt in deze gang van zaken?

Als ik zuchtend wegens moe, teveel andere dingen te doen en gebrek aan zin op pad ga voor de afspraak, zegt mijn collega langs haar neus weg: “Je kunt natuurlijk ook nee zeggen.”
“O ja!” doe ik grinnikend quasi-verbaasd. “Dat kan ook nog!”

En sindsdien zit het zinnetje ‘eager to please’ in mijn hoofd.

Om antwoord te geven op wat er ontbreekt in de gang van zaken: dat is de vraag of ik wel wil. En of ik, al zegt mijn agenda dat ik ruimte heb, er ruimte voor in mijn hoofd heb, en ruimte in mijn tijd.

“Ik heb voorbereidingstijd nodig”, vertelde F. vorige week op de GGZ Kennisdag in een workshop over werken met een psychische aandoening. “En planningstijd en verandertijd.”
Tijd om prikkels te verwerken, schreef ik daar in mijn aantekeningen bij. Wat tijd betekent om de boel aan te harken: welke emoties horen bij het hier & nu en welke emoties niet? Welke herinneringen zijn opgeroepen en heb ik daar wat aan of moet ik die weer terugstoppen waar ze zaten? Het houdt ook in dat ik tijd nodig heb om te beslissen of nieuwe ideeën die in mijn hoofd heen en weer springen de moeite waard zijn om te onthouden, en tijd om ze tot gebruik op te bergen door ze ergens op te schrijven.

Maar ja. Stel dat ik nee zeg – natuurlijk vinden mensen me dan niet meteen stom. Natuurlijk verdwijn ik dan niet in onzichtbaarheid. En toch zeg ik altijd ja als mijn agenda ja zegt. Eager to please.

Dit blogje schrijven kostte me moeite. Omdat het een beslissing om ergens nee op te zeggen afdwingt.
Maar ook ja tegen mezelf. En daar zal het wel om gaan, vermoed ik.