Apr 282013
 

130428 Fastfood for thoughts (43)Dagdromen, noemde ik het als puber. Als ik het er nu over heb noem ik het fantasiewerelden. Twee varianten op mezelf had ik daarin geschapen, en ik vond er rust en troost. De switch naar één van de twee maakte ik vooral in mijn hoofd, maar in gedrag en handelen ook in de beslotenheid van mijn eigen kamer.

Beetje onhandig, maar tegelijkertijd misschien wel de reden dat ik geen meervoudige persoonlijkheidsstoornis ontwikkelde, was dat één van mijn varianten een penvriendje had. Een echte, niet verzonnen. En die jongen belde op een dag op. Wilde langskomen. In real life. Waar ben ik eigenlijk mee bezig, schrok ik. Wat gebeurt er in mijn hoofd?

“Vergeet niet om er ook om te lachen!” waarschuwt Esther me in haar reactie op mijn blogpost van afgelopen dinsdag, waarin ik twijfelde over het nut van Poco Loco. “Niet alles is kwaadaardig bedoeld, en een grapje moet ook gemaakt kunnen worden.”
Ik denk aan haar reactie als ik op het punt sta te gaan briesen over het zinnetje ‘Een meervoudige persoonlijkheid, wie heeft dat niet?’ Wéér dat onbegrip, wéér dat aanhalen van een ingewikkelde aandoening en doen alsof het niet zoveel voorstelt.

Aandoening? Dat staat er helemaal niet. Doen alsof het niet zoveel voorstelt? Staat er ook niet. Onbegrip? Integendeel. Ieders persoonlijkheid heeft meerdere kanten. Je laat zien wat het beste past, luidt de uitleg. Vandaar dat mijn collega’s bij mij niet snel iets als een borderlinekenmerk zullen herkennen. Maar de creativiteit die ze van mij zien, bijvoorbeeld, wordt gevoed door mijn gevoeligheid, en mijn gevoeligheid komt door mijn borderline (of andersom ;-) ).

“We hebben onze redenen om onze verborgen rollen ook verborgen te houden”, staat in de uitleg van het zinnetje. “Maar wat zou het mooi zijn om heel bewust die schaduwidentiteiten te combineren met reeds getoonde identiteiten: het zou onze identiteit voller maken.”

Voilà. De Poco Loco-boodschap.

Apr 262013
 

130426 Vandaag is nee

Vandaag is nee. Nee van ik wil niet. Alleen maar in mijn bed wil ik, of in het allerkleinste hoekje van de bank met een deken over me heen, en gelukkig heb ik alleen maar een denkbeeldig dekentje want het is vandaag ook nee van ik moet wel. Juist nu, al wil ik niet en ben ik zomaar ongemerkt ergens vannacht omgevallen, al zit ik onverwacht want dagenlang in prettig stabiele stemming maar nu met tranen in mijn ogen mijn ontbijt weg te kauwen, juist nu moet ik wel: doorpakken moet ik, vasthouden, en als ik niet kan vasthouden dan toch in elk geval niet loslaten.

Vandaag is nee van laat me met rust, laat me alleen, vraag me niks, want ik kan niet meer en ik wil dus niet meer en ik heb je ook niets te bieden behalve last en loodzware zwaarte en sombere treurigheid en daarom ook nee van asjeblieft, ga niet weg, blijf dichtbij, praat met me, hou me vast, hou van me, geloof in me.

Vandaag is nee van néé, niet weer deze donkere stemming, niet zo snel alweer die put, niet weer dat vechten maar ook nee, néé van niet opgeven, niet wanhopen. Nee van niet vergeten dat je tot nu toe altijd weer bent opgekrabbeld. Nee van er is geen enkele reden om aan te nemen dat het je deze keer niet lukt. Nee van niet bang zijn voor vandaag, voor morgen, voor volgende week, voor ooit.

Vandaag is nee van ik wil niet opstaan en ook nee van ik kan dat niet toestaan want de enige echt reële optie is doorstaan en weten dat ook deze nee over een uur, of morgen, volgende week, in elk geval ooit weer een ja zal zijn.

De afbeelding is natuurlijk het schilderij De schreeuw van Edward Munch. En bij dat schilderij en bij een nee-dag past een liedje van Pink Floyd.

Apr 242013
 

130424 Mijn hart

Teken wat je vandaag gegeven hebt, stond gisteren op de kalender die op het toilet hangt. Wat ik zou tekenen: daarover hoefde ik nog geen seconde na te denken.

Een hart natuurlijk. Ik geef altijd mijn hart. Ik leg mijn hart in alles wat ik doe. Waarschijnlijk is het mijn kracht. Maar het is ook mijn valkuil. Want met dat hart ga ik (te) diep en (te) hoog, ik ga door dat hart vaak (te) ver en laat ik (te) veel (te) dichtbij komen, mijn hart maakt dat ik soms mijn hakken (te) diep in het zand zet en soms (te) hard van stapel loop. Het is mijn hart dat tekeer kan gaan van enthousiasme. Het is mijn hart dat tekeer kan gaan door stress en vermoeidheid. Het is mijn hart dat me voortstuwt. Ook al roept datzelfde hart keihard om rust.

Wie naar de regenboog wil vliegen, moet voldoende brandstof meenemen, stond gisteren op de kalender die in de keuken hangt.

Kan geen toeval zijn geweest, die opdracht op de ene, en de tekst op de andere kalender, gisteren. En toeval was het ook niet dat ik precies gisteren de reisbescheiden voor de vakantie ontving.

Want vakantie: daarvoor is het de hoogste tijd. Voor mijn hart. Voor het bijtanken van brandstof. Voor mij.

Apr 222013
 

130422 Dat doen mensen zoals wij niet

30 jr geleden waren er nauwelijks kinderen met etiketten in de klas, mort Zembla van donderdag 18 april j.l. 30 jaar geleden hadden kinderen niet massaal medicijnen nodig. Kinderen die stil waren of driftig: het kon gewoon allemaal. Geen kind werd door een etiket gestigmatiseerd.

30 jaar geleden leefde ik in een fantasiewereld om mezelf te beschermen tegen de wereld zoals die bij ons thuis was. Ik voelde me ongelukkig, onzeker, angstig, ongezien, ongehoord, onveilig, ik was stil, durfde nauwelijks te praten en al helemaal niet te lachten en ik dacht dat ik alles fout deed. Doodsbang was ik voor onder andere de woedende driftbuien van Grote Broer.
30 jaar geleden zei ik tegen mijn moeder dat ik naar een psycholoog wilde.
Daar kwam niets van in, zei mijn moeder. “Dat doen mensen zoals wij niet.” Ik reageerde overgevoelig en het gedrag van Grote Broer was heel normaal voor een jongen – met die boodschap moest ik het maar doen.
30 jaar geleden had ik er heel veel aan gehad als iemand een etiketje op mij had geplakt, of op Grote Broer, of op ons gezin als geheel. Ik weet zeker dat het me 30 jaar vechten, vallen, vechten, opkrabbelen, vechten met soms de moed der wanhoop had gescheeld.

Bij Taarten met Abel zie ik een meisje met een etiketje. Astma staat erop. Ze gebruikt medicatie. Luchtig vertelt ze dat ze zo haar beperkingen heeft, maar ach, ze kan genoeg wèl. Het doet me denken aan een meisje dat 30 jaar geleden bij mij op school zat. Af en toe had ze een astma-aanval. Met opgetrokken schouders, happend naar lucht, zag ik haar dan naar huis schuifelen.

We zien het als vooruitgang dat het meisje bij Abel nu ondanks haar astma normaal kan opgroeien.

Doe toch niet zo moeilijk over etiketten.

Apr 212013
 

130421 Fastfood for thoughts (42)

“Wil je die kalender echt weer hebben?” vroeg ik eind vorig jaar aan K. Ja, ze wilde de kalender echt weer hebben. “Wil je ‘m dan ook weer in de keuken hangen? Of kan-ie ook op je eigen kamer?” vroeg ik. Ja, ze wilde de kalender graag weer in de keuken hangen en niet op haar eigen kamer en ook niet op haar werk, want daar werken ze met flexplekken en om nou ook dagelijks de kalender mee te flexen…

Ik legde me erbij neer. En eerlijk is eerlijk: ik laat me er voor menige tweet, Facebookupdate en blogpost door inspireren. En door emotioneren, ook. Niet als in tot tranen toe geroerd zijn. Maar als in een rood waas van drift voor mijn ogen krijgen en de neiging om de kalender met veel grof geweld dwars door het raam met dubbele beglazing heen naar buiten te slingeren. Het is niet voor niets dat er stemmen opgaan die ervoor pleiten om borderline om te dopen tot emotieregulatiestoornis.

Gelukkig zijn is geen fulltimebaan. Dat bezorgde me vandaag zo’n rood waas.

Gelukkig zijn is wat mij betreft hetzelfde als min of meer stabiel zijn: niet voortdurend diep vallen afgewisseld met radslagen draaiend door het leven trekken, en dat per dag een keer of 10. Stabiel worden, zijn en blijven: hell yes, en óf dat een fulltimebaan is!

Als je emotie voelt, dan is er iets te leren. Ook een tekst die op deze kalender stond. Wat ik vandaag van mijn rode waas leer, is dat ik waarschijnlijk niet de doelgroep van de kalender ben.