Apr 222012
 

Nauwlettend houd ik al weken de brievenbus in de gaten. Een uitnodiging voor een gesprek met een psychiater zou tenslotte zeer binnenkort op de deurmat vallen, had mijn contactpersoon bij de ggz tegen mijn huisarts gezegd. Dat was begin april.

Er viel wel iets op de deurmat, maar helaas: twee uur lang moet ik nog meer vragen komen beantwoorden. Of er al een datum gepland was om de uitslag daarvan met mij te bespreken, vroeg de onderzoeksverpleegkundige die al die vragen op me afvuurde. Die vraag, of beter gezegd dat ik er ontkennend op moest antwoorden, maakte me lichtelijk nerveus. Kennelijk is het gebruikelijk dat je vantevoren weet wanneer je een gesprek hebt over de resultaten. Als ik dat niet weet – wie weet het dan wel?

Gisteren viel er opnieuw een brief van de ggz op de deurmat.
“Je zult zien”, zei ik tegen K. voordat ik de envelop openscheurde, “moet ik precies komen op één van de dagen dat we in Parijs zijn.” Ik zuchtte alvast diep. Ik zag al voor me hoe ik moest bellen om een andere afspraak te maken, en hoe lang dat dan zou duren. Dat bellen zelf. En die andere afspraak. Maar daarover geen zorgen. Want ik mag pas op 17 juli komen. En dan niet bij een psychiater – in het protocol staat waarschijnlijk dat nu eerst een psychotherapeut aan de beurt is.

Ik probeer het tot me te laten doordringen, maar het dringt niet echt door. Ik probeer te doen alsof het een grap is. Maar ik vind het helemaal niet grappig.

Eén voordeel zie ik wel: zo kom ik vanzelf van mijn telefoontegenzin af. En dat komt goed uit, als ik misschien toch nog mijn baas zal moeten bellen omdat ik mezelf niet langer staande weet te houden.

Leave a Reply

%d bloggers like this: